Nieuwsoverzicht‎ > ‎

Verslag ultraloop 'Jan Knippenberg Memorial' (50mijl), door Mark Vanden Driessche

Geplaatst 7 apr. 2010 14:15 door Michael Arens
Een goede voorbereiding is alles. Helaas hier wringt het loopschoentje vaak. Er is altijd wel iets die de plannen verstoort en nu was dit weeral niet anders. Geen flauwe excuses of ingebeelde blessures. Maar gewoon verplichtingen. Lopen is en blijft voor mij een vrije tijdsbesteding. Vrije tijd een zeldzaam gegeven voor ieder werkende mens.

De onzekerheid nu, om te kunnen aankomen, spookt al enkele dagen door mijn hoofd. De laatste vier weken heb ik per week minder gelopen dan ik nu van plan ben in één keer te voltooien.
Maar ja, een plan wat is dit eigenlijk? Een vaag idee, plots gegroeid als onkruid vanuit het niets? Nee helaas, bij mij niet.
Het is een proces zonder analyse. Vroeger leek een marathon onwaarschijnlijk. Nog niet zo lang geleden was dit voor een ultraloop ook nog altijd zo. En nu even later, heb ik een plan, ben gezond en zal sowieso starten in een 50 mijl ultraloop (80.5 kilometer). Driekwart onverhard over het strand de rest geasfalteerde weg, misschien mijn ding. Ik weet het dan nog niet.

Vrijdagnamiddag, ik graai mijn loopgerief en douchegerief samen met wat eten, drinken en verder installeer ik achteraan in de camionette een tweepersoons bed. Geen grote luxe maar een nachtrust verzekerd dicht bij de start, althans dit is de bedoeling. In de vooravond rijden Inge en ik door naar Noord-Holland. Een niet al te drukke strandweg wordt de eindbestemming in IJmuiden die ik met google maps minutieus heb ingezoomd. De zon piept nog juist over de horizon om algauw plaats te maken voor de duisternis. In een gezellige strandhut drinken we allebei nog een slaapmutsje en genieten we van dit zeldzame moment.

Raam op een kiertje en onder de wol. Iets verder op het strand zijn er mensen een andere menig toebedeelt. Een beachparty, discotheek of iets anders, het is verschrikkelijk. Ik hoor steeds sterker en gedwongen blijf ik het lawaai aanhoren en geraak geïrriteerd.
Hier kunnen we echt niet blijven staan. De beats dwingen mij om alsnog naar een andere plaats te rijden. Enkele kilometers verderop, een ideale plaats. Een ietwat afgelegen parking dichtbij tennisterreinen en met weinig verlichting. Inge valt als een blok in slaap. Het is dan ook al na 23 u.

Doodmoe maar klaarwakker lig ik te woelen in bed. Mijn hoofd maakt ritjes op een paardenmolen en het houd maar niet op. De twijfel speelt me parten. De tijd schuift voorbij, soezerig tussen bewustzijn en slapen hoor ik een dieselauto aankomen. Deuren gaan gezwind open en slaan met een dof geluid dicht. De gedempte stemmen komen dichterbij. Geen flauw idee wat er aan het gebeuren is. Een felle led zaklamp schijnt speurend doorheen het smalle raampje van de laadruimte binnen.

Ondertussen ben ik klaarwakker maar muisstil. De stilte wordt opeens stevig verstoort door stevig gebonk en “politie, politie, doe open, politie doe open”.
Zachtjes zeg ik tegen Inge. “Fuck, ‘t zijn flikken,nu dat nog”. Gelaten maak ik de deur open en sta plots voor twee veel te grote mannen in mijn slipje. Het is koud maar eigenlijk voel ik dat niet meer. De adrenaline pompt door mijn aders. Ze gaan een grote stap achteruit en volgen elke beweging met hun zaklamp. “spreekt U Nederlands”. Euh,…Ja
“Met hoeveel zitten jullie in de wagen?”. Mijn vriendin en ik, da’s alles.
“Hoe bent U hier geraakt? …. En ga zo maar door. Ze bleven vriendelijk, bijna sympathiek. Ja, Nederlanders en kamperen, da’ s een geslaagd huwelijk. Na een grote document controle werden we vriendelijk verzocht om op een betaalparking te gaan staan. Zonder veel poeha. Uiteraard voor onze veiligheid. Je weet wel. “De politie Uw vriend” nu ik ben bijna overtuigd.

Eens terug geparkeerd na 1 u kunnen we slapen. De korte nachtrust wordt afgebroken door de gsm wekker. Na een sterke warme koffie ben ik er klaar voor. Eindelijk zie ik het zitten, nog een uurtje voor de start.

De start is een goede locatie met voldoende plaats om rustig het startnummer op te halen en is ook een bevoorrading voor de 100 mijl. Deze dappere krijgers en vrouwen zijn al een nachtje aan ’t lopen en komen getekend aan. 21 atleten zijn er gestart en met momenteel zijn er nog 16 in de run, waaronder Luc de jaeger.

Er hangt een mystieke sfeer, er heerst rust onder de mensen. Concentratie ook. Geen stress, geen geurende warm crèmes, geen gesprekken vol excuses waarom het niet zal lukken. Het is een bijeenkomst van mensen met een looppassie klaar om op reis te vertrekken samen in de vertrekhal.

Ultra loper en loopvriend Ron Teunisse van de overleden Jan knippenberg geeft het startsein.

48 zijn er voor ingeschreven . Hoeveel er starten weet ik niet. Samen met enkele lopers neem ik vooraan post en loop al babbelend door de straten IJmuiden. Na enkele ervaringen te hebben uitgewisseld besluit ik mijn eigen tempo te lopen. Waarschijnlijk het slimst voor deze monstertocht. Met oortjes in en met een goed muziekje schuiven de kilometers onder mijn voeten door. Het gaat goed.

Na 18 km lopen we met z’n drieën het strand op. Jan Albert is er al kilometers vandoor en niet meer te zien. Vlotjes neem ik het tempo over van de kop en samen met Oscar Rouwhorst loop ik kilometer na kilometer over het strand. De achterhoede volgt al op minuten.

Een plaspauze zorgt voor de scheiding en Oscar gaat er vandoor. Af en toe passeer ik een loper van de 100 mijl alsook Luc.

Wanneer ik bij de volgende verzorgingspost toekom vertrekt Oscar juist en zo zie ik hem gans de wedstrijd voor mij uitlopen, telkens een beetje kleiner worden maar steeds zichtbaar.

De stilte wordt hier en daar verstoord door een dreigend geluid van een rupsvoertuig. De marine heeft heel veel inbreng in deze organisatie en rijdt heen en weer over het strand. Begeleiding per fiets of met een loper is niet toegestaan. Wanneer ik Inge met de mtb na een 44 tal kilometer zie, zeg ik ook dat ze niet dicht bij mij mag fietsen. Ze gaat er al fietsend vandoor en wacht kilometers verderop nog eens op mijn doorkomst.

Nooit is deze wedstrijd saai of eenzaam.

Het gaat na zestig kilometer nog steeds voortvarend, tot plots de spijsvertering wat begint te reutelen. De passen worden korter. Een grimas verschijnt op mijn gezicht en mijn benen gaan als een vastgeroeste tang maar moeilijk open. Het is afzien. Het water is opgekomen en lopen hoger op het strand is zoveel zwaarder. In de verte zie ik het eiland Texel maar besef dit maar half en denk dat ik daar nog naartoe moet lopen. Ik blijf lopen en het laatste stukje op een dijk wordt ik bijgestaan door Inge. Nog 2 km door en dan rond het geparkeerde bus terug naar de kazerne lopen.

Met applaus en bemoedigende woorden loop ik naar de aankomst . Het doet zoveel pijn en toch is het heerlijk. Wat een voldoening. Met een derde plaats en eindtijd van 6u52 ben ik zeer tervreden. De medaille mag ik ontvangen van mw. Knippenberg. (doorkomsttijden: zie bijlage)

Nooit heeft een warme douche na een wedstrijd zoveel deugd gedaan.


Mark Vanden Driessche
Ċ
Michael Arens,
7 apr. 2010 14:34
Comments